Bas van der Bent commentaar

21 november 2011

Toespraak voor social sunday op 20 november 2011 in Winterswijk

Filed under: Geen categorie — basalk @ 17:22
Tags: , , , ,

Het nieuwe werken

De gouden regel in alle godsdiensten is dat je een ander niet moet aandoen wat jij niet wilt dat jou aangedaan wordt. Die regel klinkt zo eenvoudig maar inmiddels zijn er al een aantal dikke boeken over geschreven en tientallen discussies over gevoerd. Vanmiddag wil ik eens kijken hoe je die gouden regel kan toepassen op het nieuwe werken. Wat dat nieuwe werken is is niet helemaal duidelijk. Voor een deel lijkt het thuiswerken te zijn, soms ook buiten het kantoor of de fabriek op een plaats die voor de werkgever beter uitkomt en in elk geval is het nieuwe werken flexibeler qua inzet door de werkgever en qua inzetbaarheid voor de werknemer. Er wordt juichend over gesproken. Vanuit de milieubeweging klinkt gejuich omdat er minder woon werk verkeer is en dus minder energiegebruik en minder vervuiling. Moderne Liberalen juichen omdat het meer individuele vrijheid geeft, je kunt immers zelf je werktijden indelen en je kunt tijdens de huidige werktijden andere dingen doen als je tijdens de huidige vrije tijd maar werkt. Werkgevers juichen omdat ze minder hoeven investeren in dure kantoorgebouwen en werknemers langer en vaker doorwerken. Maar moet al dat gejuich over het nieuwe werken eenvoudige werknemers niet een beetje wantrouwend maken. Want het is mooi dat je je eigen werktijd zou kunnen indelen maar je moet toch ook bereikbaar zijn voor je baas en je collega’s? En als je dan moet aangeven wanneer je wel en niet bereikbaar bent voor je werk geef je dan ook niet een inzicht in je privé leven dat je eigenlijk helemaal niet wil geven? En roep je niet een controle over je af die je al helemaal niet wil? Er zijn al wel eens bedrijven betrapt op het controleren van de gezondheid van hun werknemers tot een graad die onwenselijk werd, de baas wist eerder dat een werkneemster zwanger was dan zij zelf. We weten dat we allemaal gemakkelijk oordelen over een ander, we weten ook dat oordelen over een ander verkeerd is, maar toch. Ik moet altijd denken aan die ochtend in militaire dienst toen ik met de dokter op stap was. Hij wilde ook nog even een patient thuis bezoeken en ik mocht mee. Toen we de straat in reden waar we moesten zijn zagen we een man zijn voortuin om staan te spitten. De dokter begon direct te vloeken, hoe haalde die man het in zijn hoofd. Wat denken we nu? Iemand die zich ten onrechte ziek had gemeld? Niet dus. De dokter stapte uit en vloekte de betrokken militair uit. Hoe hij het in zijn hoofd haalde met zijn levensbedreigende hartkwaal zwaar lichamelijk werk te gaan doen, hij zou ter plekke dood neer kunnen vallen. Het speelde zich meer dan 40 jaar geleden af en de medische wetenschap was nog lang niet zo ver als tegenwoordig, maar met oordelen ben ik sinds die tijd zeer voorzichtig. Maar ik ben daarin wel een uitzondering. Controle op ons priveleven, verantwoording afleggen over wat we doen is het eerste dat nodig is om het nieuwe werken mogelijk te maken. Het tweede is het verlies aan sociale contacten. We weten dat van vrouwen, vroeger bleven ze thuis als ze gingen trouwen en voor kinderen zorgen, maar dat bevredigde en stimuleerde niet, de uitdaging van een baan of beroep, contacten met anderen op een ander niveau als de kinderen of een vermoeide en ontspannende echtgenoot waren gewenst. Ook gepensioneerden en gehandicapten hebben vergelijkbare problemen. En dan zou het heil nu moeten komen van thuis werken achter een niet pratende laptop of pc? Accountantskantoor Deloitte en Touche in Alkmaar opende een aantal jaren geleden vol trots een nieuw kantoor waarbij men meedeelde dat men maar voor de helft van het personeel een werkplek had gerealiseerd. Het eigenlijke werk zou buiten de deur of thuis gedaan moeten worden en alleen voor afronding en overleg zou men nog naar het kantoor hoeven te komen. Daar waren de werkplekken op ingericht, je nam gewoon een die vrij was. Toen ik na een paar jaar informeerde hoe het ging met de flexibele werkplekken merkte de directeur verbaasd op dat de werknemers toch vaker kwamen als hij gedacht had. Ze bleken nogal veel behoefte te hebben aan onderling overleg, aan uitwisseling van ervaringen, aan steun bij het vinden van oplossingen, er hadden zich groepjes gevormd die elkaar op kantoor ontmoeten los van de afronding en het formele werkoverleg, de werkgever had het aantal werkplekken daarvoor moeten vergroten en ook de parkeerplaats was eigenlijk te klein gebleken.  Nu zijn er ook wel deeloplossingen. In Heerhugowaard staat een kantoor waar bedrijven uit de Randstad werkplekken kunnen huren om via dataverbindingen hun personeel dat in Noord Kennemerland woont daar te laten werken. Dat is dan beter dan naar Amsterdam of omgeving te laten reizen. Maar het personeelslid dat als enige van een bedrijf daar moest werken tussen collega’s van andere bedrijven meldde zich na verloop van tijd ziek, ze vond onvoldoende aansluiting en vereenzaamde. Een paar werknemers van een ander bedrijf kregen een conflict met hun werkgever omdat ze oplossingen hadden overgenomen van mensen van weer een ander bedrijf en daardoor de bedrijfsprocessen bij hun eigen bedrijf dreigden te verstoren. De milieuvoordelen, het flexibel werken, het zelf kunnen indelen van werktijden en werkzaamheden zijn dus niet vanzelf voordelen van het nieuwe werken als de werkgever er maar voor open zou staan en de werknemers het zouden aandurven. Werkgevers moeten leren hun werknemers als totale personen, met gezin, geschiedenis en toekomst, te zien, werknemers moeten leren de grenzen tussen werk en privé op nieuwe manieren te benoemen en te bewaken. En als beide dat kunnen dan kunnen ze samen de spelregels bepalen om samen op een nieuwe manier te gaan werken, maar vanzelf gaat het niet. Niemand van ons wil slaaf worden. We willen dus ook niet dat anderen slaaf worden. In de afgelopen ruim 100 jaar zijn we er aardig in geslaagd om ons leven als loonslaaf te scheiden van ons leven als vrij burger. Je moet je werk niet mee naar huis nemen is een gevleugeld woord geworden. De laatste groepen waarbij dat enigszins gelukt is zijn predikanten en huisartsen. Die hebben ook aparte regels nodig omdat hun werk vaak heel dicht bij hun huis ligt zo niet in hun huis plaatsvindt. Bij het nieuwe werken verplaatsen we werk van kantoor naar huis, we nemen dan dus juist het werk wel mee naar huis. Dat vraagt dus opnieuw goede afspraken om de scheiding tussen het leven als loonslaaf en het leven als vrije burger een kans te geven. Recent onderzoek naar de effecten van thuiswerken wees uit dat het merendeel van de mensen die thuiswerken inmiddels 60 uur per week of meer werken in plaats van de 36 uur waarvoor ze betaald worden. Zeven maal 24 uur staat de smartphone aan en zeven dagen per week word met vaste regelmaat de email geschequed om de wacht te houden. Ik zelf werk inmiddels niet meer. Een werkweek vol stress van 60 tot 80 uur in de week en een zware verslaving aan tabak eiste na 10 jaar zijn tol, mijn hart weigerde nog verder zich in te spannen. Een electrische hulpmotor houdt mij nu in leven en met behulp van veel rust kan ik het volhouden. Natuurlijk doe ik niet niks, mijn laptop thuis, mijn netbook bij de hand en mijn tablet in de hand maken dat ik kan lezen en studeren en dit soort verhalen schrijven. Maar ook daarin moet ik vaste uren van rust en activiteit hanteren. In het nieuwe werken kun je daar beter mee beginnen dan dat je er achteraf op een harde manier achter komt. En je moet zorgen voor zeer regelmatige contacten met mensen, een kerk kan daar bij helpen en zo’n aanloopcentrum als dit ook want een mens is nu eenmaal een kuddedier dat hoort in een volk waarin men alles voor elkaar over heeft, voor een mens betekent dat de hoogste vrijheid. In de Joods Christelijke traditie heeft die vrijheid van de slavernij al heel lang een heel concrete vorm. In de Joodse traditie is dat de Sabbath die in de Christelijke traditie is overgegaan in de Zondag. Dan werken we allemaal niet, allemaal omdat we duidelijk willen maken dat niemand slaaf van het werk behoort te zijn. Het is een uitwerking van de gulden regel waarmee ik ben begonnen. Als we elkaar geen slaaf van werk willen maken moeten we elkaar ook die ene dag in de week gunnen die we allemaal vrij zijn. In de Joodse traditie was nog een sterker ideaal. Daar was voorgeschreven dat 1 maal in de zeven jaar er een heel jaar niet gewerkt zou worden, het Sabbatsjaar. In de jaren 70 van de vorige eeuw hebben mensen geprobeerd dat ook in CAO’s opgenomen te krijgen, het recht om elke zeven jaar een extra verlof op te nemen. Het maatschappelijk antwoord was de invoering van het spaarloon. Dat spaarloon wordt nu opgeheven om de consumptie te bevorderen, want consumptie bevorderd werkgelegenheid en niet het vrij zijn maar het slaaf zijn van het werken is het huidige maatschappelijk ideaal. Alleen godsdiensten propageren nog het ideaal van de vrijheid, misschien dat daarom ook religies zo fanatiek worden bestreden.

Advertenties

4 oktober 2011

Hoe zit het met de collecte?

Filed under: blog — basalk @ 14:03
Tags: , , , , , ,

Wat is de theologische doordenking van de collecte en de plaats van de collecte in de protestantse eredienst? Dat was de vraag die ik stelde op de studiebijeenkomst op het Hydepark rond het boek van professor Gerrit Immink “Het Heilige Gebeurt”. Gerrit Immink is rector van de Protestantse Universiteit en hoogleraar systematische en praktische theologie. Het boek geeft de theoretische basis voor de hedendaagse praktijk van kerkdiensten zoals die in de Protestantse Kerk Nederland plaatsvinden. Tenminste dat zou de schrijver wel willen. Want er zijn eigenlijk geen twee kerkgebouwen met een PKN gemeente waar dezelfde dienst plaatsvindt. Gerrit Immink zelf komt uit de kring van de Gereformeerde Bond, de bevindelijke richting in de Nederlands Hervormde Kerk. In zijn wetenschappelijke arbeid is hij een deel van het specifieke taalgebruik van de Gereformeerde Bond kwijtgeraakt maar inhoudelijk speelt de innerlijke bevinding van het geraakt worden door de Geest van God een grote rol. Zijn fascinatie voor de Evangelische richting in de PKN kan daaruit ook gemakkelijk verklaard worden. Maar de PKN kent veel meer richtingen. Niet alleen de traditionele richtingen uit de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Bond, de Confessionele Vereniging, de middenorthodoxie en de vrijzinnigen, maar ook de conservatief Gereformeerden en de vrijzinnig Gereformeerden zijn naast de Lutheranen toegetreden tot de  PKN. Vooral die vrijzinnig Gereformeerden hebben in de laatste decennia van de vorige eeuw binnen de Gereformeerde Kerk nogal voor wat onrust gezorgd met publicaties van Wiersinga, Kuiters, Den Heyer, Schuman en geestverwanten. Sporen daarvan zijn ook in de kerkdienst terug te vinden. Zo niet bij de theoretische beschouwing van Gerrit Immink. Hij had zich altijd al afgezet tegen 20ste eeuwse theologen als Barth en Miskotte. En de coreferent van de studiemiddag Marcel Barnard, hoogleraar liturgiek, kon wel verheugd vaststellen dat  Immink eindelijk Miskotte citeerde in zijn boek, Immink zelf merkte op dat het maar op een punt was, een ondergeschikt punt in het hele betoog. Miskotte had opgemerkt dat de preek in de Protestantse eredienst die functie van de eucharistie in de Rooms Katholieke kerk had overgenomen, daar vond de transformatie plaats van de mens in de gelovige. Dat had Immink aangesproken. De kritiek van Miskotte op predikanten die die transformatie zich toe-eigenden en zich gingen gedragen als hogepriesters had Immink overgeslagen. De kerkdienst is bij Immink van de dominees, de gemeente bestaat uit toevallige voorbijgangers. Dat Miskotte al in 1948 in zijn magistrale boek “Om het levende Woord” ook opmerkte dat de
prediking een maatschappelijke relevantie zou moeten hebben, was Immink al helemaal ontgaan of hij was er faliekant tegen. De maatschappelijke relevantie van de prediking in de Kerk ontbreekt namelijk geheel in het boek. En daar kwam de vraag naar de collecte dus vandaan want meer relevant als de collecte voor de armen, dichtbij en veraf, is er eigenlijk niet. Als de kerkdienst omschreven wordt als “Godsdienstoefening” wordt de godsdienst van
“Heb uw naaste lief als uzelf” toch zeker in de collecte geoefend door de gemeente. Maar de vraagstelling kwam ook voort uit een aantal irritaties over de presentaties op deze zeer boeiende studiemiddag. Het begon met de opmerking van Immink dat hij het boek van Klaas Hendrikse “Geloven in een God die niet bestaat” niet had gelezen en ook niet van plan was te gaan lezen. De neiging van Immink tot wereldmijding kon niet duidelijker tot uiting komen. Het boek van Hendrikse is immers niet geschreven voor gelovigen als Immink, maar is bedoeld voor atheïsten en geschreven als atheïst onder de atheïsten zoals Paulus sprak op de Areopagus als filosoof onder de filosofen. Het is een bedrage in een gesprek met bestrijders van de kerk waarover  Marcel Barnard op deze middag alleen kon klagen dat zijn
vrienden er niet meer heen gaan. Dat de gevestigde kerk niet meer met haar leden in gesprek is was tot nu toe een reden voor die leden om de kerk de rug toe te keren. Als de kerkdienst van 1 uur in de week niet meer relevant is voor al die andere uren die in de maatschappij worden doorgebracht dan heeft dat ene uur in de kerk ook niet meer
nut dan weer eens over kruis en opstanding te horen. En dat  die boodschap gehoord moet worden is het verlangen van Immink die kennelijk verlangt naar een samenleving waarin iedereen “Christelijk” is. Een samenleving die nooit heeft bestaan zelfs niet in tijden dat de “Kerk” een maximale  maatschappelijke invloed had maar waarheen conservatieven als Immink nog danig naar terug kunnen verlangen. Klaas Hendrikse lijkt in de kerk dan ook één van
de weinigen die vanuit de theologie een maatschappelijk relevantie discussie durft te voeren. Er zijn er gelukkig meer. Marcel Barnard gaf met een badinerende opmerking over ds.Abeltje Hogenkamp en Ds. Ranfar Kouwijzer uit Amsterdam een treffend voorbeeld. Vanwege hun serie “preek van de Leek” vergeleek hij hen met Victoria en David Beckham. Maar de stampvolle kerken waarin zingeving en ontwikkeling van de samenleving vanuit het werelds
perspectief werd beleefd zijn maatschappelijk relevantie bijdragen aan de heersende maatschappelijke discussie juist vanuit de kerk. Daar lopen de kerken dus niet leeg maar vol en daar zijn waarschijnlijk ook die vrienden van Marcel Barnard heen geweest die gewoonlijk niet meer naar de kerk gaan. De opmerking van Marcel Barnard dat de leeggelopen kerken het bewijs zijn dat het experiment van de missionaire gemeente is mislukt slaat dan ook nergens op. De missionaire gemeente is door het conservatief protestantisme, waar ook Immink een vertegenwoordiger van is, effectief de nek omgedraaid met als gevolg dat de kerken zijn leeggelopen. De kritiek dat de bijdrage van Immink aan de discussie over de kerkdienst wel heel erg binnenkerkelijk gebleven is, een kritiek die zachtjes in de zaal en harder in de wandelgangen werd geuit, sneed daarom wel degelijk hout. De vraag over de theologische fundering van de collecte bleef daarom onbeantwoord, het zou iets moeten worden met het offertorium uit de Rooms Katholieke mis mompelde Immink na enig aandringen van de gespreksleider. Een moeizaam antwoord voor een Calvinist die het offer in de Roomse mis en de werkgerechtigheid die er mee gepaard gaat zo stellig afwijst, en
terecht afwijst. De betekenis van het boek van Immink zal pas na enige tijd blijken. Voorlopig zet het aan het denken en het is te hopen dat het denken ook aanwijzingen zal opleveren voor een vergrote maatschappelijke relevantie van de protestantse eredienst.

25 september 2011

Angst voor de vrijheid

Filed under: blog — basalk @ 13:22
Tags: , , ,

Angst voor de vrijheid

 

In de Bijbel staat wel 48 keer de oproep om niet bang, niet bevreesd te zijn. Nu wil ik geen theologische verhandeling houden maar het is natuurlijk wel vreemd dat eeuwenlang het Christelijk geloof werd verkondigd als remedie tegen de angst voor de hel, voor een negatief oordeel over je menselijk handelen, angst voor de schuld die je zou opbouwen als nietig mens. Dat terwijl iemand als Paulus het herhaaldelijk heeft over de vrijheid die het geloof in Jezus van Nazareth zou brengen. Wat voor ons belangrijker is is de angst die ons in de huidige samenleving wordt aangepraat. Van angst voor hangjongeren in winkelcentra tot angst voor moslims die op vrijdag naar de moskee gaan. Waar komt die behoefte aan angst toch vandaan? De Duitse sociaal psycholoog Erich Fromm noemde het de angst voor de vrijheid. Mensen die niets te verliezen hebben zijn niet bang. Mensen die zich wel een verlies kunnen veroorloven zijn ook niet bang. Maar daartussen zit een grote massa die net wat heeft verworven aan goederen, onderwijs en status en voor wie het verlies daarvan een groot verlies zou kunnen betekenen. Die mens vindt zich vaak eigenlijk te zwak en onbeduidend om de bijkomende verantwoordelijkheden ook te dragen. De vrijheid die de mens krijgt, zo stelt Fromm, is aantrekkelijk maar tegelijk ook bedreigend. De keuzes die men in vrijheid moet maken leveren ook een risico op, men kan immers ook de verkeerde keuzes maken waardoor verlies van het verworvene optreed. De angst wordt dragelijker als de oorzaak van de angst buiten jezelf wordt gelegd. Niet ik ben verantwoordelijk voor de bedreiging, omdat ik nu eenmaal verkeerde keuzes kan maken, maar de anderen, vooral anderen die anders doen en denken als ikzelf. Conformisme is het eerste resultaat van de angst voor de vrijheid. We moeten hetzelfde denken, hetzelfde geloven en ons vooral hetzelfde kleden. Maar de angst voor het eigen onvermogen uit zich ook in een vlucht naar autoritisme. Iemand die schijnbaar eenvoudig de externe oorzaken van angst onder woorden weet te brengen en zich sterker daartegen weet te verzetten als het individu zelf  wordt aanbeden en gevolgd. Ook al ben je het niet op alle punten met de leider eens hij straalt zoveel beschermende kracht uit dat je hem toch maar volgt, zelf verantwoordelijkheid nemen is veel bedreigender. Het gevoel van onbeduidendheid en het sterke gevoel op te blijven gaan in een grote anonieme massa die door anderen bestuurd wordt kan ook leiden tot destructivisme, de neiging om alles maar kapot te maken. Bij de rellen in Engeland vroeg men zich af waarom ook schijnbaar gearriveerde en succesvolle jongeren zo enthousiast meededen aan vernielingen en plunderingen. Nu dat vernielen en plunderen geven je het gevoel absolute macht te hebben over de wereld waarin je leeft. Niemand kan meer tegen je op en er kan je niets gebeuren, je bent onaantastbaar. Dat gevoel van macht is een prima medicijn tegen de angst voor de vrijheid, de angst voor verkeerde keuzes en bedreigingen van buitenaf.

Volgens mijzelf moet je de angst voor de vrijheid zeer serieus nemen. De pedagoog Langeveld formuleerde het doel van de opvoeding eens als een brengen tot zelfverantwoordelijke zelfbepaling, zelf je eigen keuzes maken en daar zelf verantwoording voor nemen, worden wie je wilt zijn. In mijn werk als maatschappelijk werker heb ik heel vaak gemerkt dat niet de zelfbepaling leidend is in het gedrag maar dat wat anderen er van vinden, dat je dat af kunt wegen en eigen keuzes kan maken is eng. Misschien dat een beetje inzicht in de processen die leiden tot angst voor de vrijheid kunnen helpen, ook vandaag nog. Voor mij blijft Angst voor de vrijheid van Erich Fromm nog steeds een zeer inspirerend boek. Dat overigens veel meer biedt dan ik nu heb kunnen samenvatten.

29 mei 2011

Een avontuur met hulp

Dit verhaal is echt gebeurd. De hoofdpersoon woont in Alkmaar, ruim een half uur fietsen van de huisartsenpost. Ze is 34, gescheiden en heeft twee kinderen, 10 en 8. Op vrijdagavond had ze rond 6 uur haar hart uitgestort bij een hulpverlener. Die had haar aangehoord en naar huis laten gaan, veel anders had ze niet kunnen doen maar het liet de hulpvelener niet los. De hoofdpersoon had dringend medicijnen nodig en het duurde wel anderhalve week voordat die na een gesprek met een specialist verstrekt konden worden. Dat moest toch anders kunnen. De hulpverlener nam contact op met de crisisdienst van haar instelling.Die gaf haar gelijk en nam het besluit onze hoofdpersoon te helpen met advies, meer hadden ze niet maar het advies was zeer op z’n plaats. Ze belden haar rond 9 uur ’s avonds met het advies de huisartsenpost te bellen en te vragen om de medicijnen. Dat advies werd ter harte genomen en ze belde, rond half 10 had ze de post te pakken, Die hoorde het verhaal aan en beloofde dat ze binnen een uur gebeld zou worden door een arts Tegen 11 uur ’s avonds belde ze nog eens om te vragen waar het telefoontje bleef. Het was druk maar beloofd werd dat haar vraag als urgent aangemerkt zou worden. Om kwart over 11 belde ze nog eens en nu ging de telefoniste maar even naar de dokter toe. Die belde uiteindelijk tegen middernacht. De medicijnen kon ze krijgen als ze bereid was naar de noodapotheek te fietsen die naast de huisartsenpost was. Midden in de nacht, een half uur heen en een half uur terug, dat leek haar te veel, de avond wachten en steeds uitleggen wat er aan de hand was werd haar ook te veel. Ze had medicijnen om haar te helpen in slaap te komen. Dus…. de volgende morgen besloot ze eerst een opvang voor de kinderen te regelen. Dat lukte uiteindelijk bij haar ex, de vader van de kinderen, die bereid bleek de hele middag op de kinderen te passen. Hij kwam ze om twee uur halen waarop opnieuw de huisartsenpost werd gebeld. En jawel, om kwart over twee werd beloofd dat ze binnen een uur zou worden teruggebeld. Om drie uur werd er inderdaad gebeld en de arts verklaarde zich bereid de medicijnen voor te schrijven, ze moest maar even langs komen. Rond half vier was ze bij de huisartsenpost. Het was druk dus moest ze maar even wachten. Toen ze eindelijk de arts sprak wilde deze toch eerst even overleg met een specialist, dus moest ze even wachten. Rond vijf uur kreeg ze een recept en kon ze naar de noodapotheek. Daar bleek……dat de medicijnen er niet waren, maar ze zouden rond bellen. Na een half uur kreeg ze de mededeling dat de medicijnen uit Heiloo gebracht zouden worden, maar dat kon wel een uurtje duren. Dus eerst maar naar huis om met de kinderen te eten, de buurvrouw uit te nodigen op de koffie voor de oppas en toen weer terug. Het was 9 uur ’s avonds, 24 uur na het telefonisch advies om vanwege de grote urgentie de huisarts te bellen, dat de medicijnen er eindelijk waren.

14 mei 2011

Naar een digikerk

Filed under: Geen categorie — basalk @ 09:44

“Op bergen en in dalen, ja overal is God” was een oud zondagschoolliedje dat we het liefst zongen als het mooi weer was. Je kon God tegenkomen in al het moois dat de wereld ons kon bieden. In de loop van de jaren is de kerk wat teruggekomen van de natuurlyriek. God is te vinden in zijn openbaring en niet in zijn schepping, God gaat met mensen mee en is daarin ook te vinden. Dat je God niet overal altijd zomaar kunt ontmoeten maakt de kerk ook wat huiverig. Toch is God voor alle mensen te vinden zoals God zich laat vinden. God is dus ook te vinden op het internet. Wie op God googled komt op een onafzienbare rij sites waar geen lijn te ontdekken valt. Een kerk die daar wat ordening in probeert te brengen en aangeeft wat er nog wel en wat er niet meer bij hoort is dan te prijzen. Nu is dat niet gemakkelijk want een kerk is niet een verzameling stenen met een orgel en een aantal rijen banken maar een kerk is een organische gemeenschap van mensen. Je kunt een kerk vergelijken met een lichaam waarin alle leden een eigen functie hebben en dus ook een eigen benadering en verzorging hebben. Een kerk die zich op het internet wil presenteren zal aan die grote verscheidenheid aandacht moeten besteden. Daarbij komt dat een kerk graag de mensen aanspreekt in hun eigen taal. Omdat de kerk dat vaak vergeten is en bleef praten in een oude en voor velen onverstaanbare taal zijn er veel mensen de kerk uitgelopen. Bij het opnieuw leren speken in de taal van ongelovige mensen kan het internet helpen en aan de andere kant kan het internet mensen helpen de boodschap van de kerk te horen in hun eigen taal. Naast alle plaatselijke gemeenschappen is er dus ook behoefte aan de digikerk, een kerkgemeenschap op internet, waar overigens ook die plaatselijke gemeenschappen te horen, te zien en te ontmoeten zijn omdat zij een wezenlijk en onmisbaar deel van die kerk uitmaken. In de kerk gaat het om de ontmoeting tussen mensen, zij houden van hun naasten als van henzelf, in een kerk helpen mensen elkaar bij problemen.Wij worden daaraan weer herinnerd als bij een ernstig drama kerken hun deuren openzetten om mensen de gelegenheid te geven hun ervaringen te verwerken en weer tot zichzelf te komen. Ook die elementen zul je in een digikerk tegen komen. Net als condoleance registers, praathoeken, kunst, humor en discussie, zo fel soms dat het bijna ruzie lijkt. Maar mensen respecteren elkaar of worden er geleerd de ander te respecteren. In de Protestantse Kerk Nederland worden vele talen gesproken,, vele dialecten ook van de calvinistische en lutherse geloofstaal. Verwacht van de digitale PKN kerk dus geen eenheidsworst. Verwacht van een digiPKN ook geen theologenkerk. Een protestantse kerk rust op gemeenten, op kerkenraden, op leken dus, op gelovigen, God is al lang te ontmoeten op het internet, tijd voor de kerk om er een gemeenschap te vestigen die getuigd van die God.

1 oktober 2010

Een wereldprimeur

De huidige tijd van het post modernisme wordt wel beschreven als een tijd van versplintring. Na de verzuiling van het modernisme is, via de flower power met solidariteit en democratisering en het daarop volgende ik tijdperk met de yuppen het postmodernisme met de versplintering echt doorgebroken. Iedereen bepaalt zijn of haar eigen geloof, stelt zelf een eigen krant samen met behulp van internet, stelt uit een groot aanbod aan TV programma’s en filmpjes een eigen TV aanbod samen en kan vaak als ZZP’er voor een groot aantal opdrachtgevers van huis uit werken. De moderne mens is op zichzelf teruggeworpen en een direct steunende en corrigerende omgeving ontbreekt. Die lijkt ook niet meer nodig. Taboes zijn doorbroken, informatie is voorhanden en de mens is verstandig en mondig genoeg om zelf beslissingen te nemen. Toch is er ook in de moderne tijd behoefte aan contact met gelijkgestemden. De oudste sociale netwerken zoals Smulweb kenden al hun contactdagen. De behoefte aan lotgenotencontact wordt door verschillende patientenverenigen zelfs vormgegeven via en met behulp van internet. Ook de ZZP’ers kennen hun seats2meet waar werken met behulp van internet gecombineerd kan worden met samenwerking met andere ZZP’ers die aanvullende kennus en ervaring hebben. Het sociale netwerk Twitter combineert een aantal van die functies. Er is een overvloed aan nieuws voorhanden waaruit je kunt kiezen. Je kunt je eigen nieuws kwijt en je kunt in contact komen met lotgenoten en gelijkgestemden, zelfs stadgenoten ontmoeten elkaar met behulp van Twitter. Twitter is daarmee bij uitstek een programma dat tegemoet komt aan de behoeftebevrediging van de moderne mens. Die moderne mens leeft niet zonder levensovertuiging. Dus is het ook niet zo vreemd dat mensen elkaar vinden op grond van hun behoefte aan inspiratie en het delen van een levensovertuiging. In de bijeenkomsten van SocialSundayNL wordt de werking van sociale netwerken op inspiratie in brede zin onderzocht. Mensen komen bijeen en vanuit die bijeenkomsten wordt ook via Twitter een sociaal netwerk opgebouwd dat inbreekt in en kennis neemt van de bijeenkomst. Maar inspiratie is nog geen levensbeschouwing of godsdienst. Dat is duidelijk een stap verder. En dat ook dat op de postmoderne manier kan werd bewezen in de eerste #Twitterdienst. De versplintering werd niet opgeheven. Iedere deelnemer nam een eigen overtuiging of godsdienst mee die konden worden gedeeld zonder vermengd te worden, van sycretisme was geen sprake. Verbindende factor was de stelling van Karen Amstrong dat in elke religie en levensbeschouwing de gulden regel van de compassie is terug te vinden. Op dat thema vonden mensen elkaar in een kennismaking van elkaars compassiepraktijk en de vraag hoe ook internet daarbij een rol speelt. Bijzonder was dat ook in deze bijeenkomst via Twitter kon worden ingebroken in de bijeenkomst en de bijeenkomst met buitenstaanders werd gedeeld. De Amsterdamse #Twitterdienst van 26 september 2010 was de eerste. Het thema bleek zich uitstekend te lenen voor een dergelijk bijeenkomst van individuen. De belangstelling van de media was groot, berichten verschenen uiteindelijk tot in Chili en Japan. Twitter speelde een grote rol. Een print van alle tweeds over #twitterdienst besloeg 140 wordpagina’s. Communicatie op afstand tussen mensen die verder gaat dan een brief staat nog aan het begin. Tussen enkele mensen is al veel mogelijk, tussen een gezelschap van 10 tallen, laat staan honderden, is technisch nog moeilijk, maar er kan veel is gebleken. Aan de VU wordt de invloed van netwerken op religieus beleven onderzocht en worden de mogelijkheden in kaart gebracht. Het is te hopen dat de ervaringen van #twitterdienst bijdragen aan de resultaten van het onderzoek en dat nieuwe vormen hun plaats vinden in de wereldgemeenschap. In #Twitterdienst was er geen voorganger die de inhoud bepaalde, het Charter voor Compassie staat op internet en werd samen gelezen. Er werd een boek besproken, de Catechismus van de Compassie, maar het delen van eigen ervaringen en praktijk vormde de hoofdmoot. Veel aanwezigen vonden het voor herhaling vatbaar en mensen die het via internet volgden maakten plannen voor een #twitterdienst in eigen omgeving. Uiteindelijk bevordert intermenselijk contact de vrede en dat bevorderen was een aspect van compassie. 

2 augustus 2010

FESTUS: EEN ALLEGAARTJE VOOR PROTESTANTEN.

Filed under: blog — basalk @ 11:01

Binnen de Protestantse Kerk Nederland leefde het gevoel dat men de laatste jaren wel erg naar binnen heeft gekeken. De fusie tussen drie gevestigde kerkgenootschappen koste veel energie en over en weer moesten er voortdurend misverstanden uit de weg geruimd worden en over tal van onderwerpen gemeenschappelijke uitgangspunten worden geformuleerd. Dat ging ten koste van de blik naar buiten. Het bezinningscentrum van de PKN probeert nu samen met de Stichting Kerk en Wereld verandering in te brengen. Met het tijdschrift Festus wil men een bijdrage leveren aan de publieke debat. En het eerste nummer gaat gelijk al over een actueel maatschappelijk thema: Geluk. In 13 artikelen, 5 gedichten en een beeldessay wordt het thema belicht. Pas aan het einde van het tijdschrift komt ook nog de Bijbel aan het woord met een vertaling van Mattheüs 5:3-10, het hoofdstuk van wat we vroeger de Zaligsprekingen noemden maar waar nu mensen gelukkig geprezen worden. De artikelen komen overal vandaan, van binnen en van buiten de kerk en van allerlei stromingen binnen de PKN. Welke bijdrage nu waarom aan welke maatschappelijke discussie wordt geleverd is niet echt duidelijk. Het belgeidende redactionrele commentaar heeft dan ook terecht de titel Kortsluiting gekregen. Wie kennis wil nemen van een aantal opvattingen over Geluk die in protestantse kring soms relevant gevonden worden kan zeker met plezier dit tijdschrift lezen. Maar voor een serieuze bijdrage aan een maatschappelijk debat is het te hopen dat de PKN komt met bijdragen die meer hout snijden.
Het blad is te bestellen bij het Boekencentrum.

22 juni 2010

Over een “Authentiek” reisverslag

Een recensie van Authentiek door Boele P.Ytsma

Sinds de Tweede Wereldoorlog lopen de kerken leeg. Even leek het er op dat Evangelische en charismatische bewegingen nog een tegewicht zouden kunnen bieden maar ook daar is de uittocht op gang gekomen. Basisgroepen en kritische gemeenten heten daar Emerging Churches. Boele P.Ytsma is een Nederlandse theoloog die het proces van secularisatie vanuit Evangelisch perspectief heeft beschreven. Zelf geschoold aan de Evangelische Hogeschool en de Vrije Universiteit, grootgebracht in de idealistische wereld van het Friese Gereformeerd Synodale milieu werden hem de afgelopen jaren de zekerheden van het onbetwistbaar geloof één voor één uit handen geslagen. Hij beschreef dat proces in zijn eerste boek “Van de kaart”. Maar wat als je alle zekerheden over geloof en leven kwijt bent, als het hechte anker je uit handen is geslagen, de vaste rots onvruchtbaar bleek. Vele kerkverlaters weten dat het geloof na de kerk niet opgehouden hoeft te zijn. Nederland lijkt, ondanks de lege kerken, nog nooit zo religieus te zijn. De New Age beweging heeft een keur aan religieuze mogelijkheden gebracht en overal bloeien de therapieën, retraites, groeigroepen en cursussen in nieuwe religieuze vormen. Iedereen kan tegenwoordig zijn eigen religie scheppen waarin ook voor Christelijke noties plaats kan zijn. Het menselijk leven heeft toch meer betekenis dan geboren worden om te sterven. Het proces van secularisatie heeft Boele P.Ytsma in één klap midden in de postmoderne maatschappij van de 21ste eeuw gezet. Compleet met internet 2.0 en alle sociale netwerken die daar voor moderne volwassenen bij horen. In de Hebreeuwse Bijbel werd de uittocht uit het land van de stenen religie, van de vaste riten en de vele godenbeelden, nog beschreven als een reis door de woestijn. De theoloog Niek Schuman wees er eind jaren 70 van de vorige eeuw al op dat de woestijn ook de plek kan zijn waar je weer kunt spelen in het zand, nieuwe vormen en nieuwe taal kunt ontdekken. Voor Boele P. Ytsma werd de reis buiten de gevestigde kerken een reis door een tuin, een reis ook door nieuw ontgonnen land. En die reis beschrijft hij in zijn boek Authentiek. Mensen die al langer geleden de vaste waarden van gevestigde opvattingen hebben losgelaten zullen veeel herkennen van die reis en de ontdekkingen die het mee brengt, anderen zullen verbaasd zijn over wat er allemaal aan waardevols te ontdekken is buiten de dikke muren van gesloten kerkgemeenschappen. Boele P. Ytsma heeft een meeslepend boek geschreven dat zich zeker als diepzinnige reisliteratuur laat lezen. Het boek zet het postmodernisme theologisch op de kaart en schetst nieuwe wegen voor gelovigen. Natuurlijk ontbreken er zaken. Als de vaste gesloten kerkgemeenschap verlaten is gaat het weer over de wereld, de betekenis van dat nieuwe zoekende geloof voor de samenleving wordt nog niet beschreven, de politieke dimensie die in basisgroepen en kritische gemeenten aanwezig is ontbreekt nog, maar wellicht is dat iets voor een volgend boek, per slot van rekening is de auteur nog maar net begonnen met de verkenning van ecologie en duurzaamheid. Hier klinkt een Authentiek appel om de vaste gesloten wereld van geloofszekerheden te verlaten en uit te trekken naar onbekende oorden waar je jezelf kunt zijn en tot wezenlijke ontmoetingen met anderen kunt komen en misschien wel tot een directere ontmoeting met die God waarover zoveel te doen is geweest. Op een heel geraffineerde wijze wordt overigens ook een gender specifiek taalgebruik vermeden, een vondst die navolging verdient. Ik heb dit boek in elk geval met veel plezier gelezen als tochtgenoot op het pionierspad van Boele P.Ytsma.

Boele P. Ytsma “Authentiek” , Lelystad 2010, uitgeverij Meinema, ISBN 978 90 211 4265 4  Het boek kost € 16,– en is ook als ebook te koop voor € 10,– , zie hiervoor de website http://www.boekencentrum.nl

Klik hier om het boek te bestellen

21 juni 2010

De betekenis van de technische ontwikkeling

Filed under: blog — basalk @ 20:26
Tags: , , , ,

Ik heb me altijd afgevraagd of je de toekomst beredeneren kan. Ik kan het in elk geval niet. Een aantal jaren was er een wetenschap die men Futurologie noemde. Ze probeerde aan te geven waar bestaande technologische en maatschappelijke ontwikkelingen op uit zouden lopen. Je hoort er niet zoveel meer van. De Futurologie gaf mogelijkheden aan zodat ongewenste ontwikkelingen konden worden tegengegaan en gewenste ontwikkelingen worden versterkt. Tegenwoordig doen trendwatchers dat. Toch is er één filosoof die in het voorzien van maatschappelijke ontwikkelingen een aparte plaats inneemt. Zijn naam is bijna vergeten en zijn werken staan in de tweede hands boekwinkels te vergaan. Ik heb het over Teilhard de Chardin. Begin jaren 70 van de vorige eeuw vond ik op een boekenmarkt een klein boekje van hem dat ik uit curiositeit voor een paar gulden kon kopen. Het was in Frankrijk in 1963 uitgegeven en in 1969 in het Nederlands vertaald. Het heet “De activering van de menselijke energie”en het bevat een serie artikelen, essays en observaties die in de jaren 50 geschreven zijn. Ze zijn in een taal die nu niet meer de onze is, maar als je daar doorheen weet te lezen komt de verbazing boven die een intellectueel uit de jaren 50 gehad moet hebben bij de kennismaking met zaken als cyclotrons en computers. Teilhard de Chardin was theoloog, een Frans priester, maar hij had een brede belangstelling voor de wetenschap en probeerde die filosofisch en theologisch te duiden. God was ooit met die wereld begonnen en waar liep die wereld dan op uit was de vraag die hij zich stelde. Voor het antwoord ontdekte hij in de wetenschap de evolutietheorie. Voor hem betekende dat een vaststaan van de ontwikkeling van het leven van de meest eenvoudige levensvormen tot uiteindelijk de mens, niet alleen naast elkaar maar ook uit elkaar. Maar de vragen van Theilhard de Chardin gingen nog een stap verder. Wat komt er in de evolutie na de mens? Die vraag ben ik later niet meer tegengekomen. Het lijkt er op dat niet religieuze filosofen net als theologen en gelovigen de mens als hoogste trap van ontwikkeling van het leven beschouwen. Theilhard de Chardin was daar niet van overtuigd.Het leven was immers in de loop van de evolutie steeds ingewikelder, steeds complexer geworden en met de nieuwste technologie schiep de mens zich nog veel complexer verbanden. En Theilhard de Chardin komt dan tot de volgende uitspraak: “Tussen elk menselijk individu en alle andere op het aardoppervlak vermenigvuldigen zich en intensiveren zich onder onze ogen onophoudelijk de connecties van allerlei soort- en dit in een meetkundige reeks”. Ziedaar in 1951 het internet beschreven als logisch gevolg van de toenmalige technologische ontwikkelingen. Beschreven als volgend stadium van de evolutie van de mens. Op deze manier wordt er niet meer naar zaken als sociale netwerken en versplintering van de samenleving gekeken. Maar wellicht zou het nuttig zijn als we filosofen vragen nog eens een studie te wagen aan deze vergeten Franse filosoof. Mij intrigeert deze benadering nog steeds.

18 juni 2010

Een kruisje op de revers

Filed under: blog — basalk @ 13:12
Tags: , , , ,

Op de grijze of zwarte pakken van zichzelf belangrijke mensen zie je vaak een klein wieletje. Het valt niet echt op enb mensen vragen zich soms af waar die gewoonte vandaan komt. Het is het lidmaatschapsteken van de Rotary, een gerespecteerde serviceclub die tot doel heeft goeds voor de samenleving te betekenen en waar mensen uit allerlei beroepen en bedrijven elkaar kunnen steunen. Daar onderhoud je je netwerk. Daar wordt soms voorkomen dat buitenstaanders in een dergelijk netwerk kunnen mengen. Naast goede zijn er ook verkeerde kanten aan. Maar er zijn ook andere onderscheidingstekens. Zo lopen pastoors en priesters nogal eens met een kruisje op hun revers. Je kunt die mensen altijd aanspreken als je geestelijke bijstand nodig hebt. Protestanten lopen nog wel eens met een zogenaamd Hugenotenkruis op hun revers of zelfs op hun stropdas, het is een rijkversierd kruis met een vogeltje er onder hangend. Het is het teken dat ze protestant zijn. In Evangelische kringen lopen veel mannen met een gestileerd visje op hun revers als teken dat ze christen zijn. Dat teken werd in de Romeinse tijd nog al eens door Christenen als herkenningsteken gebruikt. Mensen willen zich onderscheiden en voor anderen herkenbaar zijn. Veel mensen willen er ook geen geheim van maken dat ze ergens bij horen. Het is daarom vreemd dat er ophef ontstond toen de fractie van de ChristenUnie met een kruisje op de kleding in de Tweede Kamer verscheen tijdens de beëdiging. Een scheiding tussen kerk en staat wordt doorbroken klonk het ineens. maar de Kamerleden van de ChristenUnie vertegenwoordigen geen kerk, ze zijn lid van verschillende kerkgenootschappen maar geen van allen voorganger in een kerkgenootschap. Het kruisje geeft dus niet meer aan dan hun overtuiging. Vanwaar dan die ophef? Er is een kleine groep vaan fanatieke fundamentalistische atheïsten die alleen hun particuliere levensovertuiging willen laten gelden in de samenleving. Als mensen stiekem achter hun voordeur iets anders willen geloven dan het fundamentalistisch atheïsme is dat dom maar niet te vermijden maar als mensen buiten de voordeur komen moeten ze ophouden met geloven waar dan ook in en zich alleen maar fundamentalistisch atheïstisch uiten. Voor mensen die niet fundamentalistisch atheïstisch zijn is deze houding zeer bedreigend. Het opleggen van een eigen overtuiging aan anderen is weinig tolerant en al helemaal niet democratisch. De discussie is door de fundamentalistische atheïsten begonnen bij de hoofddoekjes. Er van uit gaande dat alle vrouwen net zo denken als zij maakten ze de hoofddoekjes tot masculine dwangmiddelen die verboden zouden moeten worden. Dat die dwang verboden moet worden is juist maar dat alle moslima’s denken als fundamentalistische atheïsten is onjuist. Maar na de hoofddoekjes zullen ook de kruisjes komen en je kunt er op wachten dat ook de wieltjes van de Rotary ooit verboden zullen worden. Dan is de samenleving zonder opvattingen, durft niemand zich meer origineel te uiten en komen we dus tot een stilstand. De fundamentalisten zijn dan nog de enigen die weten waar ze aan toe zijn.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.